de Antwerpse Ruien
De Antwerpse ruien vormen een ondergronds netwerk van ongeveer acht kilometer stadsgrachten dat teruggaat tot de middeleeuwen. Antwerpen ontstond op lage heuvels waar natuurlijke waterlopen tussendoor stroomden. Deze waterstromen waren essentieel voor het leven in de jonge stad: ze dienden als verdedigingsgordel, als handelsroutes, als afvoer voor afval en fungeerden bovendien als open riool. Zo groeide Antwerpen uit tot een echte waterstad, met naast de ruien ook vesten, vlieten, het houtmeer – de huidige Meir – en natuurlijk de Schelde.
Omdat het water in de ruien te vervuild was om te drinken, werd tegen het einde van de vijftiende eeuw de Herentalse Vaart gegraven. Deze nieuwe waterweg bracht zoet water van de Schijn naar het centrum van de stad, via het huidige Stadspark en verder naar de Wapper en de Brouwersvliet. Het was een belangrijke stap in de ontwikkeling van een groeiende stad die steeds meer inwoners moest voorzien van drinkbaar water.
Met de voortdurende stadsuitbreiding namen de problemen toe. De open ruien veroorzaakten stank en vormden een hinder voor de bebouwing. Vanaf de zestiende eeuw moedigde de stad daarom aan om boven de ruien te bouwen: wie een huis op een rui plaatste, kreeg de bouwgrond gratis. Hierdoor verdwenen de ruien geleidelijk onder de nieuwe stadsstructuur. Zelfs monumentale gebouwen, zoals de Sint‑Carolus Borromeuskerk, werden boven op ruien gebouwd. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw waren alle ruien en vesten volledig overwelfd en verdween open water uit de historische binnenstad.
Ondanks de overwelving bleven de ruien nog lange tijd functioneren als riool. Er werd een ingenieus spoelsysteem ontworpen om de gangen schoon te houden. Vanaf het einde van de twintigste eeuw werd het afvalwater echter via moderne rioolbuizen afgevoerd die in de ruien zijn aangebracht. Alleen bij hevige regenval stroomt het water nog door de oorspronkelijke gangen.
De ruien speelden ook een rol in bijzondere historische momenten. Aan het einde van de negentiende eeuw werd op een ondergronds plein aan de Sint‑Paulusplaats een groot banket gehouden voor Engelse gasten, waarbij de geur van de ruien er gratis bij kwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog organiseerden de geallieerden feesten in een indrukwekkend hoog gedeelte van de ruien dat bekendstaat als de “kathedraal”, omdat het een van de weinige relatief veilige plekken was tijdens bombardementen.
Vandaag zijn delen van de ruien toegankelijk voor bezoekers. Vanuit het Ruihuis aan de Suikerrui start een tocht die eerst een korte bootrit omvat over een kunstmatig onder water gehouden deel van de ruien, gevolgd door een wandeling van ongeveer anderhalve kilometer door de drooggelegde gangen. Onderweg zie je straatnaambordjes die verwijzen naar de bovengrondse straten, foto’s van het vroegere uitzicht en uitleg over het leven onder de stad. De ruien blijven verbonden met de Schelde, een getijdenrivier, waardoor ze bij hoogwater, springtij of zware regenval niet toegankelijk zijn.
een voorproefje? bekijk dan dit YouTubefilmpje: De Antwerpse Ruien
Maak jouw eigen website met JouwWeb